Skip navigation

Het leek wel kerst bij de appie happie aan de Nieuwstraat afgelopen zaterdag. Niet omdat er nou zoveel aanbiedingen waren. Nee ook niet omdat het nou zo extreem druk was in de winkel.

Neen, het leek wel kerst voor Uw aller barriculus omdat er overal boodschappenbriefjes lagen. De eerste spotte ik al bij het karretjes-ophaal-en-wegbreng-hokkie op de parkeerplaats.

Tijdens het onderdrukken van een kleine glimlach raapte ik het weggeooide stukje prive-proza onopgemerkt op tijdens het oprapen van het (opzettelijk) gevallen vijtigeurocentmuntstukje.

Een professioneel boodschappenbriefjesspaarder loopt natuurlijk niet te koop met zijn, overigens onschuldige, dwang-neurose.

Maar goed, eenmaal binnengekomen leek het of er een bom was ontpoft binnen de appie happie. De hele entree lag bezaaid met boodschappenbriefjes. Links en rechts, voor (of eingenlijk achter, maar dat ligt aan de uitgangspositie) de kassa’s en onder de kaugumballenapparaten lagen tientallen boodschappenbriefjes.

De natte droom van iedere boodschappenbriefjesverzamelaar. Terwijl ik vakkundig mijn veter strikte naast een bijzonder lonkend azuurblauw exemplaar (beschreven met ‘goud glitterende kerstkaartbeschrijf stift’) om het exemplaar ongezien in de zak te laten verdwijnen bekroop me een onbestemd gevoel.

Het leek wel haast te mooi om waar te zijn. Verderop zag ik er nog een liggen, anders van kleur maar identiek in handschrift. Terugdenkend aan het exemplaar van bij de karretjes op de parkeerplaats was dat ook hetzelfde handschrift. Werd ik nou gek?

Angstzweet bekroop me. Zou het een val zijn? Een verwoedde poging van een kwade klant die nou wel eens wil weten welke mafkees zijn (of haar) boodschappenbriefjes toch steeds op het internet plaatst? Of die overijverige filiaalmanager die me al eens bijna opheterdaadde terwijl ik een bijzonder prachtig exemplaar vanaf achter de kassa weg wilde grissen?

Terwijl al die gedachten zo door mijn hoofd gingen nam ik het besluit om het  azuurblauwe boodschappenbriefje te laten voor wat het was.

Al winkelend kon ik er eigenlijk wel om lachen. Alsof iemand de moeite zou nemen om overal boodschappenbriefjes achter te laten (ik meende er zelfs een van hetzelfde kaliber tussen de ingeblikte tonijn te zien liggen) in de hoop dat ik die dan zou pakken. En dan? Overal candid-camera’s? Ralph Inbar die dan op me af komt rennen?

Spijt had ik wel die avond. Want het was een bij-zon-der mooi boodschappenbriefje. Spijt als haren op mijn hoofd. Tot vanavond. Want wat ik toen in de krant las bevestigde mijn belachelijke hersenspinsels van afgelopen zaterdag.

)

Advertenties
%d bloggers liken dit: